Drie tips tegen coronastress

Online leren
Als je mij drie weken geleden had gevraagd wat ik van online leren vond, had ik waarschijnlijk sceptisch gereageerd. Termen als onpersoonlijk, kan de life-docent niet vervangen, dat is alleen maar zenden, slecht voor je gezondheid, krijg je vierkante ogen van, in die trend zou ik je een antwoord hebben gegeven.

Nu het gehele onderwijsveld sinds anderhalve week in een realiteit leeft die voorheen fictie was, denk ik genuanceerder over online leren. Ik stel mezelf de vraag hoe ga ik dit allemaal praktisch organiseren?

Koffiedik kijken
Onvoorstelbaar hoe snel je kunt veranderen als de noodzaak eenmaal daar is. Ondanks het feit dat het online leren opeens realiteit is geworden heb ik nog veel vragen. Deze vragen beantwoorden is ook koffiedik kijken; Staan we aan het begin van een fundamentele verandering of is straks alles weer ‘normaal’? Hoe ga ik opeens online met datgene wat ik altijd offline gewend was te doen. Of moet ik juist andere productenaanbod online lanceren? Allemaal vragen waar ik geen antwoord op heb.

Nieuwe aanpak
Voor mij is het zoeken naar een nieuwe aanpak. En ik merk dat ik niet de enige ben met vragen en onzekerheden. Iedereen die te maken heeft met onderwijs en opleidingenland, is zoekende naar een nieuwe manier van werken. Aanbieders van allerhande tools en ervaringsdeskundigen tuimelen over elkaar heen met hun tips en adviezen. Heel goed bedoeld, maar er is zoveel dat ik het overzicht soms kwijt ben. Ik vind het een verwarrende periode.

Drie tips
Tijdens mijn zoektocht van afgelopen week door de wereld van het online leren zijn er drie dingen die mij steeds weer helpen om door de bomen het bos te blijven zien.

Tip 1: Begin klein en laat je niet gek maken!
Door de overweldigende hoeveelheid informatie op internet raak ik soms het spoor bijster. Ik overzie het geheel niet meer. Gelukkig zijn daar de webinars. Daar krijg je uitleg en advies over gebruik van tools die online leren ondersteunen. Zo kom ik in gesprek met deskundigen die mij allemaal adviseren: ‘begin klein, beperk je tools en laat je niet gek maken!’.

Tip 2: Focus op datgene waar je wel invloed op hebt
In deze onrustige tijd pas ik de theorie van de cirkel van invloed/betrokkenheid steeds weer toe. Deze theorie van managementgoeroe Stephen Covey beschreven in zijn bekende boek ‘De zeven eigenschappen van effectief leiderschap’ is na al die jaren nog actueel en zeer bruikbaar.

Het heeft geen zin om je druk te maken om zaken waar je geen invloed op hebt. Focus op datgene wat wel binnen je invloedssfeer ligt. Een coronavoorbeeld: Ik heb geen invloed op de maatregel van het kabinet om alle bijeenkomsten te verbieden. Ik heb wel invloed op het maken van een online leermethode voor samenwerkend leren in community’s . Dus is het effectiever om mijn tijd daaraan te besteden.

Tip 3: Leren doe je door te doen
Het spreekwoord luidt: ‘Al doende leert men’. Vooral in deze tijden van online leren gaat dit spreekwoord voor mij op. Door vooral zelf te experimenteren met tools, aangevuld met expliciete instructies en adviezen opgedaan in webinars, leer ik de tools toepassen en gebruiken. Totdat ik er vierkante ogen van krijg.

Vraag
Werk jij in opleidingen en of onderwijsland, maar zit je thuis en wil je toch iets doen? Stuur mij dan een bericht! Ik schrijf een artikel over online werken en kom graag met je in contact. Daarmee zou je mij een enorm plezier doen. Wat zijn jouw bevindingen? Misschien wil je ze delen? Heel graag. Natuurlijk behandel ik alle informatie vertrouwelijk.

 

Geschreven door Miriam Trommelen, Apeldoorn, 26 maart 2020

Hoe ga je om met onzekerheid in tijden van corona?

Stroomversnelling
Het is nog geen week geleden dat mijn kinderen met een tas vol boeken naar school fietsten. Onvoorstelbaar hoeveel er in mijn leven en dat van mijn gezin in een paar dagen veranderd is. Nu zijn de kinderen thuis. Zij zitten achter hun laptop en volgen bijna alle lessen online en chatten met hun docenten. Waarmee ik maar wil aangeven dat het online leren in een paar dagen in een stroomversnelling is geraakt. Het coronavirus heeft ons leven ontwricht, maar biedt tegelijkertijd nieuwe kansen. Daar gaat dit blog over.

Onzekerheid
Het coronavirus brengt veel onzekerheid in mijn gezin met zich mee. Hoe blijven we gezond? Zal mijn kwetsbare vader van 89 dit overleven? Wat kunnen wij voor hem doen? De kinderen hebben vragen over geplande toetsen en schoolexamens. Mag je een mondeling examen via Skype afleggen? Moeten we in de zomervakantie naar school? Kunnen geplande (betaalde) reizen later in het voorjaar doorgaan? En de examenreis? De ene na de andere trainingsopdracht wordt naar het najaar verschoven. Wat ga ik doen met de ontstane ruimte in mijn agenda? Wat is wijsheid?

Piekeren helpt niet
Ik maakte me er eerst druk over. Allerlei angstscenario’s doemden op over wat er allemaal zou kunnen gebeuren. Over hoe het allemaal mis kon gaan. Mijn hoofd maakte overuren. Maar al snel realiseerde ik mij dat piekeren geen zin heeft. Sterker nog; piekeren kostte mij mentale energie.

Nieuwe werkelijkheid
De noodzaak om te veranderen en in actie te komen is daar! Er is een nieuwe werkelijkheid ontstaan. Daar ben ik mij goed van bewust. Ik probeer mij aan te passen aan de nieuwe situatie en dat scheelt veel stress. Mooi gezegd, maar HOE probeer ik dat te doen? Want ik vind het een lastige periode zeker voor docenten en trainers. Zorgen blijven, die lossen niet meteen op.

Divergent denken
Die energie over wat er allemaal wel niet zou kunnen gebeuren steek ik nu in het beantwoorden van de vraag ‘Hoe kan ik tot een oplossing komen?’ Het kan ook meevallen en misschien levert deze situatie onverwacht mooie kansen op?

Online leren
Informatie over online leren is hard nodig. Op social media delen experts hun kennis, veelal gratis, over online leren. Net als de kinderen volg ik webinars. Ik ondervind veel saamhorigheid en bereidheid elkaar te helpen. Dat is hartverwarmend. Een van de experts vertelt dat je pas echt leert als je actief met de stof aan de slag gaat. Want alleen luisteren is niet voldoende. Dat is precies wat ik ga doen.

Leven Lang ontwikkelen
Net als heel veel anderen trainers/coaches gebruik ik deze periode om een afweging te maken over hoe en op welke manier ik mijn trainingen en coaching online wil inzetten. Ondertussen heb ik via de leerzame webinars van Marcel de Leeuwe en Jeroen Krouwels ideeën opgedaan. Veel dank daarvoor! Daar ga ik mee aan de slag. Zo maak ik van de nood een deugd en blijf ik mijzelf ontwikkelen.

 

Geschreven door Miriam Trommelen, Apeldoorn, 19 maart 2020

Waarom is reizen leerzaam? Vijf redenen

Warschau

Er zijn veel manieren om te leren. De meest fijne manier van leren, vind ik reizen. Volgens mij heeft een mens prikkels nodig. Prikkels houden je scherp en alert. Reizen is bij uitstek dé manier om nieuwe indrukken op te doen. Voor dit blog gebruik ik mijn eigen reiservaringen van mijn laatste reis.  Samen met mijn dochter vloog ik in de voorjaarsvakantie naar Warschau, de stad van Chopin. Wij waren nog nooit in Polen geweest. Zij houdt net als ik van reizen en nieuwe dingen ontdekken.

 


Reizen is een oefening in geduld hebben
De wereld ontdekken gaat samen met lange reis- en wachttijden. Wachten totdat we onze bagage kunnen afgeven, door de beveiliging kunnen, kunnen boarden, wachten op onze auto, kunnen inchecken in ons hotel. Kortom, reizen is een oefening in geduld hebben. Is dat erg? Nee, want zolang je van lezen houdt is dat wat ons betreft geen punt.

Mijn dochter doet over een paar weken eindexamen. Zij leest voor haar Nederlandse literatuurlijst Eline Vere van Couperus. Ik lees De Pop (1890) van de Poolse schrijver Boleslaw Prus, die als een mijlpaal in de Poolse literatuur wordt beschouwd. In De Pop schetst Prus een weids beeld van de samenleving in Warschau. Dat doe ik altijd. Auteurs lezen die uit het land komen van waar ik naar toe ga.

 

Keuzes maken
Reizen heeft een eigen ritme. Wij zijn vier dagen in Warschau en willen veel zien. Om 6.00 uur gaat de wekker, om 7.00 uur ontbijten we en rond de klok van 8.30 uur stappen we ons hotel uit. ‘Een strak regime’ noemt mijn dochter dat. En ik kan het niet ontkennen.

Overdag zijn we druk met ons programma. We houden er niet zo van gegidst te worden. Liever bepalen we onze eigen route en tempo. Iedere avond eten we in de oude (nieuwe) stad. Natuurlijk kiezen we Poolse gerechten. Daarna wandelen we naar ons hotel. Op onze kamer bekijken we samen wat we de volgende dag gaan doen en genieten na van de vele indrukken van die dag. We zijn iedere dag benieuwd naar wat ons de volgende dag te wachten staat.

 

Je leert focussen
Door alle indrukken en nieuwe ervaringen van onze reis leven we haast als vanzelf in het heden. En uit onderzoek blijkt dat focussen op het heden gelukkig maakt. Ons leven in Nederland is naar de achtergrond verschoven.

Zo waren mijn dochter en ik helemaal in beslag genomen door onze zoektocht naar een van de schamele restanten van het getto van Warschau. Warschau had eeuwenlang een van de grootste Joodse gemeenschappen van Europa. In 1939 leefden hier ongeveer 400.000 Joden. Een derde van de totale stadsbevolking. In 1945 waren er nog 300 Joden over.

Van het getto is nauwelijks nog iets over. Behalve een stukje baksteenmuur. Dat stukje ligt in een besloten stadstuin van een woonblok (Sienna 55) en dat wilden wij graag zien om nooit te vergeten. Plaatsen die verbonden zijn met de Joodse cultuur staan niet of slecht aangegeven. Ook naar dit stukje muur moet je echt op zoek met behulp van een gedetailleerde plattegrond.

 

Relativeren, je niet druk maken over onbelangrijke dingen
Samen rijden we naar Treblinka. Treblinka ligt 100 km ten noordoosten van Warschau, ver weg van de bewoonde wereld. Wij zijn de enige bezoekers in het museum. Speciaal voor ons laat de museummedewerker het indrukwekkende interview met Samuel Willenberg (1923 – 2016) zien. Willenberg overleeft in augustus 1943 de opstand van de dwangarbeiders in Treblinka. Hij ontsnapt en komt in Warschau. Hij doet mee aan de opstand van het getto en ook daar ontsnapt hij.

Als we later door de regen over de gedenkplaats van het vernietigingskamp en de fundamenten van het werkkamp lopen, draaien onze hersenen en emoties overuren. Er zijn hier 750.000 mensen vermoord. Waarom zouden we ons ooit nog druk maken over triviale zaken, zoals wachten in een file, kruimels op het aanrecht of overhangende takken van de buurman in je tuin? Om maar een paar voorbeelden te noemen.

 

Reizen kweekt begrip
Waarom wilden wij naar Warschau? Sommige plaatsen spreken tot de verbeelding. Onze reis naar Warschau was niet altijd gemakkelijke reiskost. Het verschil tussen thuis en op reis was groot. Om te ervaren moet je op reis. Je kunt natuurlijk ook een boek lezen of een film bekijken over Warschau. Maar door daadwerkelijk naar Warschau te gaan ervaar je dat Warschau een bijzondere stad is met verschillende gezichten. Onze reis vormde een complex geheel van ervaringen, die we niet licht zullen vergeten.

 

 

Geschreven door Miriam Trommelen, Apeldoorn 12 maart 2020

 

Werken aan je persoonlijke ontwikkeling? Bekijk hier ons aanbod.

De stille kracht van de metafoor: tips en praktijkvoorbeelden

‘De belastingdienst is net een kerstboom waar steeds meer ballen in komen te hangen. Er komt een moment dat hij topzwaar wordt en omvalt’ en ‘de Belastingdienst draait op het systeem, vergelijkbaar met de ponskaart, terwijl mensen nu hun geld binnen twee seconden met hun telefoon over maken.’

Als trouwe luisteraar van de podcast ‘NRC Haagse Zaken’ vallen mij deze metaforen op in de podcast ‘#19 Gezocht: Belastingdienstfluisteraars’. In dit interview pluist politiek redacteur Lamyae Aharouay samen met haar gasten door het dossier van de Belastingdienst. De hele dag moet ik aan die volle kerstboom en de ponskaart denken. Dát is de kracht van een goede metafoor. Die kruipt in je hoofd en komt er niet meer uit.


Wat is een metafoor?
Een metafoor is een stijlfiguur waarmee je twee dingen vergelijkt die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken hebben, maar wel een abstracte overeenkomst hebben. Een metafoor zet je op een creatieve manier aan het denken. Het roept een beeld op dat je makkelijk onthoudt.

Niemand krijgt een beeld bij abstracte begrippen uit de zakelijke communicatie. Heb jij een concreet beeld bij begrippen als bijvoorbeeld: ‘bewustwordingsproces’, ‘duurzaam’, ‘de waarheid’, ‘coaching’, ‘energie’, ‘cultuur’, ‘de media’, ‘weerstand’, ‘rendement’, ‘synergie’, ‘het systeem’ en ‘visie’? Zo kan ik nog wel even doorgaan. Begrippen die ik zelf ook regelmatig gebruik. Ik geef het meteen toe.

Maar steeds minder, want een scheermesje in een appel of een badkuip vol met ijs. Dat zie je meteen voor je. Daarom worden abstracte waarheden, vaak weergegeven in concrete beelden.


Wat doen metaforen?

  • Spreken verbeeldingskracht aan;
  • Roepen herkenning op;
  • Maken positieve associaties mogelijk;
  • Sluiten aan op persoonlijke emoties en ervaringen;
  • Geven diepgang aan communicatie;
  • Versterken en verankeren de boodschap.


Hoe kom je aan een goede metafoor?
1. Sluit aan bij het leven van alle dag
Probeer een draai te geven aan iets heel alledaags om iets uit te leggen. Kijk bijvoorbeeld eens met andere ogen naar een willekeurig voorwerp uit je omgeving en probeer te associëren. Neem bijvoorbeeld je fiets of je klok of een zak popcorn of je telefoon. Wat kun je leren van je fiets? Wat voor fiets heb je? Welke eigenschappen en functies heeft jouw fiets? Wat zijn voor- en nadelen van een fiets? En ga zo maar door. Geef alledaagse voorwerpen menselijke kwaliteiten.

2. Ga naar buiten
Wist je trouwens dat in de natuur metaforen voor het oprapen liggen? Denk eens aan die oude knoestige eik die symbool staat voor duurzame ontwikkeling en groei. Wat betekent de afwisseling van seizoen voor jou? De belofte van de lente en de kleurrijke herfst inspireren je en zo kom je haast als vanzelf op nieuwe ideeën en verrassende metaforen.


Origineel
De kunst bij het zoeken naar een metafoor is origineel zijn. Want versleten metaforen heb je al zo vaak gehoord en gelezen dat ze ondertussen hun uitwerking hebben verloren. Voorbeelden, ‘Hij is als een open boek voor me’ of, ‘Zijn vriendin is een groen blaadje’, ‘plakken’ niet meer.

 

Waarom werk ik met metaforen?

Een praktijkvoorbeeld
De discussie in het zorgteam komt pas goed op gang als ik de leden vraag een metafoor voor hun team te bedenken. Het doel van deze sessie is hun onderlinge samenwerking bevorderen en na te denken over hun toekomstvisie op en in de zorg.

Zij vergelijken hun team met een nieuw tijdschrift. Zij stellen vragen als: ‘Waar doet het tijdschrift je aan denken?’ ‘Stel dat het tijdschrift een special wijdt aan één dier, welk dier is dat dan en waarom?’ ‘Stel dat het tijdschrift gevoelens beschrijft; Hoe voelt het zich nu en op welke momenten is het kwetsbaar en waarom?’ ‘Hoe komt het tijdschrift aan nieuwe abonnees?’ ‘Voor welke doelgroep is het tijdschrift?’ ‘Hoe ziet de redactie van jullie tijdschrift eruit?’ ‘Welke kopij leveren jullie aan het tijdschrift?’

De werkvorm leidt tot een levendige discussie met verrassende beelden. Aan het eind van de bijeenkomst presenteren deelnemers hun ‘tijdschrift’. Met daarin persoonlijke verhalen over samenwerking en motivaties waarom zij ooit voor de zorg kozen en waar zij over vijf jaar staan. Bij de evaluatie vraagt een deelnemer zich af waarom deze inspirerende en interessante bijeenkomst een ‘Sessie Visieontwikkeling’ wordt genoemd? Tsja….

 

De ‘klittenbandtheorie’
Als trainer wil ik dat mijn boodschap blijft ‘hangen’. Ik help deelnemers zich verder ontwikkelen zodat zij nieuwe stappen zetten. Dat gaat het best met de ‘klittenbandtheorie’. Als je kijkt naar de twee kanten van klittenband, zie je dat de ene bedekt is met haakjes en de ander kant met lusjes. Druk de twee kanten tegen elkaar en de haakjes raken vast in de lusjes.

Dat is precies wat ik ook in mijn trainingen doe. Ik probeer abstracte stof uit te leggen in levendige en concrete beelden die zich gemakkelijk vasthaken in het geheugen van deelnemers. Daarom werk ik met metaforen. Zij hebben een grote plakfunctie en bieden verrassend veel mogelijkheden én blijven net als klittenband stevig vast zitten!

Geschreven door Miriam Trommelen, Apeldoorn, 23 januari 2020

Wil je de impact van jouw communicatie vergroten? Leer relatie- en doelgericht communiceren. Wist je dat we alle trainingen ook in-company verzorgen? Bekijk ons aanbod

Zandtaartjes, koppoters en je eigen band! Een pleidooi voor meer creativiteit in de klas

Een groene zon en een gele draak!
Creativiteit begint al vroeg. Jonge kinderen rond de leeftijd van twee jaar ontdekken dat ze een eigen persoon zijn. Ze proberen zich voorzichtig los te koppelen van hun ouders. Ze gaan op ontdekkingsreis. Ze observeren, experimenteren en gaan spelenderwijs de wereld ontdekken.

Koppoters
Tekenen is een belangrijk onderdeel van deze fase. Kinderen zien dat ze zelf kunnen creëren. Zij tekenen de zogenaamde koppoters, een afgesloten cirkel met daarin ogen en een mond. Direct daaronder twee stokbenen. Ze laten zien dat ze zelfstandig zijn. Kinderen kunnen prachtige verhalen vertellen bij hun tekeningen. Naarmate kinderen ouder worden krijgen de tekeningen meer details. Ook de omgeving speelt een rol. Er komen bomen, bloemen, huizen en andere mensen in de tekeningen.

Experts
Er zijn experts die kindertekeningen analyseren en het welzijn van een kind in de tekening terug zien. En zo komen later ook allerlei andere zaken naar voren op de tekeningen. Kinderen verwerken dingen die ze meegemaakt hebben bijvoorbeeld een scheiding of een overlijden van een dierbare. Ze fantaseren, of ze tekenen juist hun wensen of zorgen.

Puberteit
Wanneer de puberteit aanbreekt kunnen de tekeningen een andere vorm gaan krijgen. Pubers zijn druk bezig met een eigen identiteit te ontwikkelen, wat is hun plek in de wereld, vergelijken zichzelf met anderen en zijn kritisch. Voor ouders, leerkrachten en andere betrokkenen van de kinderen is het belangrijk dat het kind het verhaal van de tekening mag en kan vertellen. Dat ze ruimte en tijd krijgen om hiermee bezig te zijn.

Zandkastelen en boomhutten
Creativiteit vind je in allerlei vormen en maten. Op het strand bouwen kinderen hele forten en in het bos zie je allerlei soorten hutten. Kinderen weten precies te vertellen waar alles zit en hoe het werkt. Kinderen gebruiken hun fantasie, bedenken bijna op architect niveau een plan, denken in oplossingen en voeren deze plannen ook uit.

Creativiteit
Ook thuis zie je creativiteit in allerlei vormen. Thuis hutten bouwen in de slaapkamer, of tenten maken van lakens, maar ook autobanen maken van boeken en blokken laten zien dat kinderen behoefte hebben aan zelf denken en doen. Weleens je kind een klok of radio uit elkaar zien halen tot grote frustratie van jezelf? Ook dit is creativiteit! Kinderen zijn nieuwsgierig en willen graag weten hoe alles werkt. Het enige nadeel (als je dat als nadeel ziet) is dat je het weer in elkaar moet zetten, maar ook dit kan het samenwerken bevorderen.

Muziek
Muziek maken, liedjes zingen en muziek luisteren zorgt voor een positieve ontwikkeling op taalgebied. Muziek zorgt ook voor een bepaalde sfeer. Muziek werkt kalmerend, kinderen verwerken zo hun emoties. Ze vergroten hun zelfvertrouwen door bijvoorbeeld op te treden, of ze gebruiken muziek om te leren. Het bevordert hun concentratie. Leg een doos vol muziekinstrumenten midden in de kring en deze zal binnen enkele seconden leeg zijn. Kinderen willen graag experimenteren en proberen gelijk ook muziek te maken. Het liefst doen ze dit samen. Dus voor de sociale ontwikkeling is dit zeker goed. Uit onderzoek blijkt dat muziek de werking van de hersenen stimuleert. Kinderen en jongeren blijken meer gefocust te zijn en maken zelfs nieuwe verbindingen aan in de hersenen. Muziek brengt mensen samen, muziek is wereldwijd een universele taal.

Het begin van een identiteit!
Zelfvertrouwen, motoriek, concentratie, focus, maar ook plezier wordt vergroot door creativiteit en speelt dus een belangrijk en positieve rol bij de ontwikkeling van kinderen. Maar waarom krijgt creativiteit geen grote rol meer in het basisonderwijs? Juist in die leeftijdsgroep staan kinderen nog open en zijn ontvankelijk voor creativiteit. Ze durven veel en kunnen en durven zichzelf te zijn.

Creatieve vakken
Vakken zoals tekenen, handvaardigheid, muziek en drama hebben geen vaste plek meer op het rooster. 20 Jaar geleden besteedden leerkrachten en kinderen 3 tot 4 uur per week aan deze vakken. Ook liepen er meer vakdocenten rond om deze prachtige vakken te geven. Scholen proberen tegenwoordig deze vakken terug te laten komen in projectvorm, maar naar mijn mening is dit niet voldoende.

Talentontwikkeling
Tekenen wordt amper meer als vak gezien maar als vrijetijdsbesteding. Dit doen de kinderen dus als er tijd over is. En muziek wordt alleen met de vieringen gedaan zoals Sinterklaas en Kerst. Gelukkig wordt er nog veel gezongen bij de kleuters, maar daarna houdt het een beetje op. Tegen de tijd dat de kinderen naar het Voortgezet Onderwijs gaan denken heel veel kinderen dat ze niet kunnen tekenen of niet kunnen zingen. Erg jammer, want elk kind kan tekenen en zingen. En als we het hebben over talentenontwikkeling dan laten we hier wel wat steken vallen. De roosters op scholen zitten bomvol, daar ben ik het wel mee eens, maar vinden wij het cognitieve proces zo belangrijk dat wij creativiteit daarvoor op willen geven? Is creativiteit niet het begin van heel veel?

Geschreven door Wendy Vegter, Apeldoorn, 16 januari 2020

Persoonlijke ontwikkeling
Werk maken van je persoonlijke ontwikkeling? Bekijk hier ons trainingsaanbod.
Geïnterviewd worden of een keer een gastblog schrijven? Leuk! Neem contact met op.

Zo herstel je de balans tussen werk en privé

Jaarwisseling
Hoe ziet jouw jaarwisseling eruit? Wat doe je op de laatste dag van het jaar en hoe luid je het nieuwe jaar goed in? Traditiegetrouw loop ik met Oud én Nieuw een rondje door het bos. De reden is niet omdat ik na alle kerstdiners, extra hapjes, oliebollen en appelbeignets met mezelf en mijn taille aan de slag moet. Nee gelukkig niet. Alhoewel een paar pondjes lichter zou met het oog op de komende Midwintermarathon niet verkeerd zijn. De vraag is waarom loop ik graag en zéker met Oud en Nieuw?

Stilstaan door hard te lopen
De jaarwisseling vind ik een mooi moment om bewust terug te blikken en stil te staan bij dat wat belangrijk voor mij is. Ik schreef er al eerder over. Hardlopen is voor mij een manier om afstand te nemen van dagelijkse beslommeringen. Ver weg van feestende mensen en vuurwerk. In alle stilte en rust. Dan kan ik mij goed focussen. Stilstaan door hard te lopen. Dat omschrijft precies wat ik doe.

De vroege ochtend vind ik het mooiste moment van de dag. Zodra het licht genoeg is om door het bos te lopen trek ik mijn trailschoenen aan, stap de deur uit en loop zo het bos in. Weer of geen weer. Dat maakt niet uit. Als het regent, ruikt het heerlijk in het bos. Vogels zingen, de stralen van de opkomende zon zorgen voor een bijzondere lichtshow, en met een beetje geluk zie je wild.

Sneeuwhaar
Dit jaar loop ik in de mist en vriest het een paar graden. Dat zorgt voor een bijzondere sfeer in het bos en een zeldzaam natuurverschijnsel; ijs- of sneeuwhaar. Ik had het nog nooit gezien. Ken jij het? Het doet mij denken aan engelenhaar. Het lijkt op een pluk witte wol. Sneeuwhaar ziet eruit alsof er allemaal witte haren uit een stuk hout groeien. Daarom wordt het ook wel ‘de baard van koning winter’ genoemd.

Mountainbiker
Terwijl ik het sneeuwhaar fotografeer, doemt er in de verte een mountainbiker op. Hij stapt af en vraagt of hij de foto’s mag zien. Ik laat hem de foto’s zien en raak in een geanimeerd gesprek met een wildvreemde. Zomaar midden in het bos. We vinden het allebei leuk! Ondanks de kou. Want als je stil staat koel je razendsnel af.

Voer eens een goed gesprek
Ons praatje uit het niets verloopt vlotjes. Ons gesprek is een schoolvoorbeeld uit de cursus ‘Voer eens een goed gesprek’. Het begint met het uitwisselen van nieuwjaarswensen en via sneeuwhaar komen we op een serieus onderwerp. Hoe zorg je ervoor dat werk en privé in balans zijn én blijven? Want zowel fietsen als hardlopen kost (veel) tijd.

Balans werk en privé
De mountainbiker worstelt met de vraag, hoe combineer ik een fulltimebaan, met een jong gezin en een gezonde levensstijl? Na lang aarzelen heeft hij op zijn werk zijn zorgen bij zijn manager aangekaart. De mountainbiker vertelt dat hij slecht nee kan zeggen tegen collega’s. Zij hebben het ook druk. Samen met zijn leidinggevende stelt hij wekelijks prioriteiten. Dat geeft hem rust. Ook thuis heeft hij afspraken gemaakt met zijn vrouw. Hij fietst ’s-ochtends vroeg omdat hun kinderen dan nog slapen. Zo lukt het hem na thuiskomst weer vol energie aan de dag te beginnen. Dat is waarom hij fietst en ik loop.

Onderzoek
Uit onderzoek blijkt dat voor bijna een kwart van alle werkenden in ons land deze vraag actueel is. Misschien ook voor jou? Merk je dat de balans tussen werk en privé zoek is? Blijf niet doormodderen, maar kom voor jezelf op en kom in actie. Ga het gesprek aan met je leidinggevende en/of het thuisfront. Heb je een gevoel van ‘het wordt me allemaal te veel’ neem gerust contact met ons op. Wij helpen je graag.

Lerend netwerk
Wil je samen met anderen aan de slag om te onderzoeken wat je zelf kunt doen aan een evenwichtige balans tussen werk en privé? Dat kan bijvoorbeeld in een lerend netwerk. Kom naar onze informatiesessie over lerende netwerken op 23 januari aanstaande bij ons op kantoor in Apeldoorn. De bijeenkomst is gratis. Graag even aanmelden.

Voor nu wens ik je alle goeds voor 2020!

Geschreven door Miriam Trommelen, Apeldoorn, 9 januari 2020

Werken aan een gezonde balans tussen werk en privé? Kijk eens bij ons aanbod

Is het een brief of een schrijven?

Direct Duidelijk Brigade
“Staatssecretaris Raymond Knops van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) stelt meer mensen en middelen beschikbaar voor het begrijpelijker maken van overheidstaal. Om overheidscommunicatie te verbeteren stuurt hij de nieuw opgerichte Direct Duidelijk Brigade het land in om ambtenaren te helpen bij het verbeteren en begrijpelijker maken van teksten.

Bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gaat ook een groep medewerkers aan de slag om daar de communicatie te verbeteren. De Direct Duidelijk Brigade is een uitbreiding van de Direct Duidelijk-campagne van het ministerie van BZK en de Nederlandse Taalunie”. Aldus Rijksoverheid.nl.

Schrijven is schrappen
Dit nieuws deed mij denken aan de workshop ‘Schrijven is schrappen’. Een workshop voor ambtenaren, die ik in de vorig eeuw (!) veelvuldig verzorgde. Zo nu en dan geef ik de training nog weleens. Ik vind het een leuke workshop. Waarom? Mensen vinden het lastig om kritiek op hun teksten te krijgen. Als het dan lukt om deelnemers hun teksten te laten verbeteren, geeft dat voldoening.

Jonge vrouw
Een van die deelnemers is Monique. Een leuke vlotte vrouw, midden twintig, net afgestudeerd en nog niet zo lang geleden begonnen als beleidsmedewerkster onderwijs bij de gemeente. Zij is enthousiast over haar werk. Zij schrijft diverse teksten, zoals, brieven, formulieren, mails, memo’s en verschillende soorten nota’s. Monique leer ik kennen in het pré facebook- en twittertijdperk.

Jip-en-janneketaal
Tijdens de kennismaking vertelt Monique enthousiast dat haar leidinggevende haar stimuleerde een schrijftraining te volgen. Hij vindt haar schrijfstijl niet passen bij het professionele niveau van haar collega’s in de gemeente. Haar schrijfstijl omschrijft hij als informeel en neigen naar jip-en-janneketaal. Monique ontvangt haar teksten steevast terug voorzien van rode correcties. Dat vindt zij heel vervelend. Zij wil het graag goed doen, net als haar collega’s. Daarom wil zij formeler en ambtelijker leren schrijven.

Voorbeeldtekst
De workshop bereid ik voor met teksten van deelnemers. Iedereen mailt vijf teksten. In die teksten ga ik op zoek naar voorbeelden van ambtelijk taalgebruik. Deze voorbeeldteksten, natuurlijk geanonimiseerd, vormen de rode draad van mijn workshop. Met hulp van hun eigen teksten bespreken we taalkwesties. De uitdaging is om in helder en duidelijk Nederlands een alternatief te bedenken. Meestal lukt dat prima.

In de workshop valt het Monique op dat ik nauwelijks voorbeelden uit haar teksten gebruik. Zij is nog niet besmet met het gemeentelijke schrijfvirus. Daarvoor werkt ze nog niet lang genoeg bij de gemeente.

Valkuilen taalkwesties top 3
Wat maakt begrijpelijk schrijven zo lastig? Hieronder de top drie van taalkwesties die je beter kunt vermijden. In negen van de tien gemeenten kom ik deze valkuilen tegen.

1. Ingewikkelde lange zinnen
De gemiddelde zinslengte is 15 à 17 woorden. Je maakt zinnen begrijpelijker door zinsdelen die bij elkaar horen bij elkaar te zetten.

2. Voorzichtig taalgebruik oftewel ‘Vaagtaal’
Voorbeeld: De vraag zou mogelijk gesteld kunnen worden of het niet wenselijk wordt geacht om het subsidievoorstel wellicht te wijzigen en/of eventueel onder voorbehoud te amenderen? Wat de schrijver precies bedoelt met deze zin is niet helder.
Duidelijker is: Moeten we het subsidievoorstel wijzigen?

3. Gebruik van de lijdende vorm oftewel ‘Passivites’
Voorbeeld: Voor het eind van het jaar worden de opleidingsplannen ingediend. Lezer denkt: wie doet dat dan?
Duidelijker is: Alle teammanagers dienen voor het eind van het jaar de opleidingsplannen in.

Een brief of een schrijven?
Ik ga hier niet verder in op de taalkwesties. Hoe interessant ook. Daarover gaat dit blog niet. Moraal van dit verhaal gaat over Monique en haar leidinggevende.

Ik begin de workshop met een vraag: ,,Werk je aan een brief of aan een schrijven?”

Monique schrijft een brief. Haar leidinggevende noemt het ‘een schrijven’. Het gaat hier over meer dan taal. Monique heeft oog voor haar lezers. Zij stemt haar taalgebruik af op haar doelgroep. Haar leidinggevende let vooral op de inhoud. Die inhoud heeft hij vooraf met collega’s en wethouder afgestemd. Helder formuleren is een mooi doel. Maar daar kun je vaak rechten aan ontlenen. Dus daar moet je voorzichtig mee zijn.

Maar ja, wat heb je als lezer aan een brief waarvan je de inhoud niet begrijpt? Je bent pas echt professioneel als je ingewikkelde kwesties, begrijpelijk en helder beschrijft. Dat leer je vooral door veel te schrijven en nog meer te schrappen!


Hulp bij schrijven?

Hulp nodig bij het schrijven van jouw teksten? Laat mij weten waar je mee worstelt en je ontvangt praktische tips.
Schrijftrainingen verzorgen we als maatwerktraject. Dat is al een interessante optie vanaf drie personen. Meer weten? Mail hier je vraag. 

Geschreven door Miriam Trommelen, 31 oktober 2019

Het land van Okt!

De rekentaart
Wist je dat in de Middeleeuwen al gebruikt werd gemaakt van de abacus? Oorspronkelijk werden er echte munten gebruikt die 1, 10, 100 en 1000 voorstelden. Later werden speciale rekenpenningen geslagen. Tegenwoordig kennen wij de abacus als telraam of rekenrek. In 1898 kwam de heer Schoonbrood met de rekenlessenaar die wij tegenwoordig kennen als MAB (Multibase Arithmetic Blocks) materiaal. Dit materiaal bestaat uit houten blokjes, balkjes en plankjes ook met eenheden van 1, 10, 100. In principe kun je overal mee rekenen. Op de scholen waar ik kom zitten de kasten vol met rekenmaterialen. En hoe leuk is het als de juf of meester een taart meeneemt om de breuken uit te leggen!

Verliefde harten
Welke vaardigheden heb je nodig om te kunnen rekenen en waarom lukt het het ene kind wel het rekenen snel op te pakken en een ander kind worstelt eeuwig met de sommetjes?
Kinderen moeten kunnen vergelijken, hoeveelheden koppelen, ordenen, tellen, kennis van getallen toepassen, schatten, symbolen gebruiken en niet geheel onbelangrijk het geheugen speelt een enorme rol tijdens het rekenproces. Dit gebeurt al voordat de kinderen naar groep 3 gaan. Spelenderwijs maken ze kennis met cijfers op allerlei manieren. Ook thuis zijn de kinderen veel bezig met tellen. Denk aan spelletjes zoals “Mens Erger je niet!” of de speelauto’s in de file zetten (toch een rij van 10!). Eenmaal in groep 3 begint het “echte rekenen”. De kinderen krijgen boeken en werkboeken waarin ze de leerstof verwerken. De bekende bussommen, getallenlijn, verliefde harten (voor wie deze niet kent het zijn de vriendjes van 10 dus 1 en 9, 2 en 8 en ga zo maar door) zijn enkele opdrachten die de kinderen tegenkomen. De meeste kinderen huppelen vrolijk mee met de lessen, maar een aantal kinderen krijgt steeds meer moeite met het rekenen.

2 okt plus 3 okt is….
Toen ik ruim 25 jaar geleden de open dag van de PABO bezocht kreeg ik een proefles rekenen “Het land van Okt”. De mensen uit het land van Okt hebben slechts 8 vingers en 8 tenen. Ze hebben dus ook een ander telstelsel. Ik werd geconfronteerd met de realiteit van het rekenonderwijs. Het was niet vanzelfsprekend. Het land van Okt ging als volgt. Men telt vanaf 1 t/m 7 en daarna komt Okt, okt 1, okt 2, okt 3, okt 4, okt 5, okt 6, okt 7 en daarna komt 2 okt, 2 okt-1, 2 okt-2 enz. Nou, ik kan je vertellen dat wij toenmalige toekomstige leerkrachten hebben gezwoegd om opnieuw te leren rekenen volgens een heel ander systeem. Een ervaring om nooit meer te vergeten!

Onderzoeken
Maar wat maakt het nou dat het voor sommigen toch lastig is en blijft? Eerst moet onderzocht worden of een kind rekenproblemen heeft of een rekenstoornis. Bij rekenproblemen kunnen kinderen door extra hulp vooruit komen. Vaak zijn er problemen bij het ontwikkelen van getalbegrip of bij reken- en probleemoplossende vaardigheden. Vaak als het inzicht toeneemt verdwijnen veel rekenproblemen. Meer oefenen, anders oefenen, meer verwerkingstijd is nodig om het kind verder te helpen. Bij een rekenstoornis verdwijnen deze problemen niet en men moet gaan uitzoeken waar het aan ligt. Moeite met klokkijken, weinig (ruimtelijke ) inzicht, geen sterk geheugen en het niet kunnen automatiseren zijn vaak signalen die gebruikt kunnen worden voor verder onderzoek. Veel kinderen ervaren rekenen als niet leuk en raken gefrustreerd, maar ook ouders vinden het lastig als het kind niet meekomt met rekenen. Vaak zijn deze kinderen wel erg creatief en sociaal. Belangrijk is om de talenten te ontdekken bij deze kinderen zodat ze ook succeservaringen krijgen.

Blijf vooral rekenen!
Volgens sommige onderzoekers kan je rond je vijftigste het beste rekenen. Het schijnt zo te zijn dat je dan het snelst kan hoofdrekenen! Daarna neemt het helaas af en dit alles heeft te maken met ouderdom. Maar door denkspelletjes te doen kun je de mentale prestaties verbeteren omdat denkspelletjes concentratie en aandacht vragen. Denk aan rekenpuzzels, sudoka’s, rekenraadsels, maar ook gewoon ouderwetse kaartspelletjes zijn enkele activiteiten die je je hele leven kan blijven doen!

Geschreven door Wendy Vegter, Apeldoorn, 17 oktober 2019

Aanbod
Leren houdt niet op. Een leven lang ontwikkelen staat hoog op vele agenda’s. ‘’Een leven lang leren is net zo belangrijk als eten en drinken,” aldus Mariette Hamer, voorzitter van de SER. Ben je op zoek naar een cursus? Kijk eens bij ons aanbod. Bijna al onze trainingen verzorgen we in-house.

In verband met de herfstvakantie verschijnt ons volgende blog op 31 oktober 2019.

‘Oh, gottegottegot, nu moet ik gaan presenteren!’

Paulien heeft sinds kort een nieuwe (leidinggevende) functie. Bij haar slaat de paniek toe als ze hoort dat ze de directeur van de organisatie moet vervangen tijdens een bijeenkomst voor alle medewerkers.

  • Waarom heb ik in vredesnaam ja tegen deze functie gezegd?
  • Kan ik nog terug?
  • Wanneer is die presentatie precies?
  • Valt dat niet in mijn vakantie?
  • Wat moet ik over dat onderwerp vertellen?
  • Daar heb ik toch mijn specialisten voor?
  • Wat zullen ze van mij vinden?
  • Hebben ze niet liever de directeur?
  • Wat kan ik die mensen nou voor nieuws vertellen?
  • Ze komen niet om iets te horen wat ze al weten.
  • Dat moet ik in het MT aan de orde stellen
  • Die veranderingen gaan natuurlijk weerstand opleveren
  • Zullen we die nog maar even onder de pet houden?
  • Hoe moet ik daarmee omgaan?
  • Hoe lang moet die presentatie duren?
  • Kan ik niet gewoon een filmpje laten zien?
  • Dan heet ik iedereen welkom en hoef ik allen maar op ‘start’ te klikken
  • Dat moet te doen zijn
  • Of is dat te makkelijk?
  • Toch maar een PowerPoint?
  • Of is dat achterhaald?
  • Dan kan ik in ieder geval die dia’s voorlezen
  • Als ik maar niet met mijn rug naar de zaal ga staan
  • Moet die presentatie interactief?
  • Hoe doe ik dat dan?
  • Waar laat ik mijn handen?
  • Als ik maar niet ga frunniken
  • Of mijn pen laat vallen
  • Dan ziet iedereen dat ik zenuwachtig ben
  • Ik wil achter een lessenaar staan
  • Dan heb ik houvast
  • Wat moet ik aan?
  • Iets waarin mijn taille voordelig uitkomt
  • Ik moet in mijn inloopkast voor de spiegel oefenen
  • Als ik maar niet te snel ga praten
  • En niet in ehhh ehhh blijf hangen
  • Zal ik die teksten gewoon maar uit mijn hoofd leren?
  • Ik moet in ieder geval nog naar de kapper
  • En nieuwe schoenen met hakken, zodat ik langer lijk
  • Moet ik ze voor die tijd nog inlopen
  • Als ik maar niet van die zweetplekken onder mijn oksels krijg
  • Ze zullen het toch niet filmen en online zetten?
  • Hopelijk gaat mijn hoest voor die tijd over
  • Ik krijg het nu al warm, dadelijk krijg ik zo’n hoestbui op dat podium en kom ik niet uit mijn woorden
  • Er moet een glas water op die lessenaar staan
  • Misschien krijg ik wel griep. Het heerst
  • Ik geloof dat ik eerst maar even ga liggen. pfff

Angst
Ook last van angst om te presenteren? Niet nodig. Wij helpen je heel gericht een handje met het veranderen van overtuigingen die je belemmeren. Presenteren kun je leren. En wel op 25 november aanstaande op onze locatie in Apeldoorn. Doe je mee? Klik hier voor ons aanbod en meld je aan.

 

Geschreven door Miriam Trommelen, Apeldoorn 10 oktober 2019

 

 

 

 

 

Iedereen is onzeker!

Het is warm en de zon staat hoog aan de blauwe hemel. In een schaduwrijke plek in mijn tuin luister ik onder de bomen naar een podcast van radioprogramma Nooit Meer slapen van de VPRO (18 juli 2019). Normaal gesproken interviewt programmamaker en interviewer Janine Abbring zélf, maar nu wordt ze geïnterviewd door Pieter van der Wielen. Het interview raakt mij. In dit blog leg ik uit waarom.

Herkenning
Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik bij sommige podcasts wel eens wegdommel, zeker met deze temperaturen. Maar nu niet! Ik herken mezelf in veel van wat Janine zegt. Het is een persoonlijk en dynamisch interview. Ik luister met gespitste oren. Gelukkig zijn er geen buren met luidruchtige elektrische grasmaaiers of heggenscharen in de buurt.

Janine vertelt openhartig over haar jeugd, de ziekte van haar moeder, haar studie journalistiek, haar droomhuis in Groningen, haar liefde voor natuur en natuurlijk over haar werk als presentator bij Zomergasten. “Hoera!” denk ik bij dat laatste, want niets vind ik zo fijn als bruikbare tips aangereikt te krijgen van een expert. Vooral omdat er in het najaar een aantal interviews in mijn agenda staan.

Zelfvertrouwen
Waarom zit ik bij dit interview op het randje van mijn stoel? Met andere woorden wat is het verschil tussen een interview en een goed interview? Een inhoudelijk goed interview is voor mij een gesprek waar je als luisteraar, of lezer, nog lang over nadenkt.

De uitspraak van Janine die bij mij het langst bijblijft is haar uitspraak over haar basisconditie. Haar basisconditie wordt niet gevormd door zelfvertrouwen. Desondanks heeft zij een modus gevonden om zich over haar onzekerheid heen te zetten. Zij heeft bevestiging nodig van de mensen in haar omgeving. Deze ontboezeming van Janine kan ik in bijna al mijn trainingen als voorbeeld gebruiken.  Iedereen is (weleens) onzeker. De vraag is hoe ga je daar mee om?’

Luisteren, Samenvatten en Doorvragen
Gesprektechnisch zit de crux volgens mij in de vaardigheden LUISTEREN, SAMENVATTEN en DOORVRAGEN. Ik schreef er al eerder over. Ga jezelf maar na. Je mag kiezen tussen twee interviews:

A. Een gesprek waarbij de interviewer netjes de voorbereide vragen op zijn lijstje stelt. Hij werkt keurig het hele lijstje af. Het voordeel is waarschijnlijk dat alle vragen binnen de gestelde tijd aan bod komen.

B. Een gesprek waarbij de interviewer het lijstje achterwege laat, vragen stelt en geïnteresseerd doorvraagt op de antwoorden die hij krijgt.

Naar welk gesprek gaat jouw voorkeur uit?

 

Advies van Janine
Terug naar het interview met Janine. Zij vertelt ongeveer halverwege het gesprek dat ze het heel erg benauwd krijgt als mensen haar vragen naar de kunst van het interviewen. De methode die zij toepast is geen kunstje. Zij gaat uit van oprechte nieuwsgierigheid en stelt vragen niet vanaf een papiertje. Haar tip is om te het gesprek te beginnen met één vraag en vandaaruit doorvragen. Het gesprek ontrolt zich als vanzelf en zo ontstaan goede interviews.

Dit advies van Janine ga ik komend najaar gebruiken. Geen lijstjes met vragen meer, maar goed en gedegen vooronderzoek naar de persoon en de organisatie waar hij of zij werkt. Om vervolgens het gesprek te starten met één goede vraag. Een interview voorbereiden doe ik altijd. De vragenlijstjes maakte ik ook. Voor de zekerheid. Je weet maar nooit hoe een gesprek loopt. Maar die laat ik in het vervolg achterwege.

Ontslagbrief
,,Doen waar je energie van krijgt en waar je goed in bent. Als dat niet meer het geval is moet je op zoek gaan naar iets nieuws. Het leven is te kort om je bezig te houden met dingen die niet bij je passen. Die keuze heb je altijd!’’

Goede raad van Janine Abbring die ik 20 jaar geleden toepaste. Het lijkt gisteren dat ik mijn ontslagbrief schreef. Daar heb ik nooit spijt van gehad. Ik werkte met plezier met mijn collega’s samen en had een leuke functie. Mijn functie wilde ik uitbreiden met meer trainingsuren. Want trainen was toen, en is dat nog steeds, mijn grote passie. Helaas bleek dat niet mogelijk.

Wat ik deed? Bij de pakken neerzitten? In eerste instantie was ik teleurgesteld. Dat gevoel verdween snel om plaats te maken voor de vraag: “Wat weerhoudt mij ervan op zoek te gaan naar iets nieuws?” Dat heb ik gedaan. Dit najaar en volgend voorjaar viert Communicatie Compagnie haar 20 jarig jubileum. Hoe leuk is dat?

 

Geschreven door Miriam Trommelen

Apeldoorn, 5 september 2019

Een nieuw trainingsseizoen gaat komende week van start. Wat staat er voor komend najaar op de agenda? Bekijk hier ons actuele trainingsaanbod.

Ja, ik wil graag op de hoogte gehouden worden van de jubileumacties!

Klik hier voor de link naar het interview met Janine Abbring.