Laat een mug geen olifant worden

Het is de dag voordat mijn intervisiegroep van loopbaanbegeleiders weer bij elkaar komt. En ik ben als trainer bezig de bijeenkomst voor te bereiden. Meestal bereid ik deze bijeenkomsten niet voor, omdat casussen uit de werkpraktijk van deelnemers de leidraad van de sessies vormen. Het delen van ervaringen is de smeerolie van deze bijeenkomsten. Daar valt niet zoveel aan voor te bereiden.

Deze keer is het anders. Bij de planning van de bijeenkomst is er van alles misgegaan. De leden hebben een meningsverschil. Het is niet voor iedereen duidelijk in welke stad we hebben afgesproken. Daardoor dreigden sommige leden niet te (kunnen) komen. Er wordt veelvuldig heen en weer gemaild. Aan de toon van de mailwisseling merk ik dat deelnemers zich ergeren aan de ontstane situatie. Johan* mailt dat ook: ‘Ik vind dit geen fijne gang van zaken!’

Een lastige situatie om intervisie te starten? Een beetje. Op zich is het natuurlijk niet prettig als deelnemers nog voordat de bijeenkomst is begonnen, al geïrriteerd zijn. Aan de andere kant is het een mooie casus die we meteen kunnen bespreken. Zo voorkom je dat een mug een olifant wordt.

Er zijn vele manieren om een gesprek in te gaan. En dat ben ik aan het voorbereiden. Hoe ga ik de kwestie bespreken? Want de zaak negeren is geen optie. Ik kies voor de ‘overvaltechniek’.

Bij de opening van de bijeenkomst stel ik de kwestie meteen aan de orde. Ik begin begin met de gewenste uitkomst: ‘Hoe kunnen we dit gedoe in de toekomst voorkomen?’ Ik wil niet veel tijd besteden aan de kwestie. Ook dat voorkomt dat de mug een olifant wordt. De ‘mug’ moet vooral een ‘mug’ blijven. Daarmee is de toon van de intervisiebijeenkomst meteen gezet. Ik vraag deelnemers zich te richten op de toekomst en na te denken over oplossingen. Die hebben we ook gevonden.

Op het moment dat we de gemaakte afspraken op een rijtje zetten, komt Wilma* binnen. In plaats van zich te verontschuldigen voor haar late binnenkomst, schenkt ze eerst koffie in en zoekt daarna heel relaxed een plaats in de groep. Zij maakt op mij de indruk het voorval niet belangrijk te vinden. En misschien was het dat ook niet, want haar conclusie is: ‘Jongens, maak je niet druk, die dingen gebeuren gewoon, daar doe je helemaal niets aan. Maar wel fijn dat we nu duidelijke afspraken hebben.’

* Johan en Wilma zijn gefingeerde namen.